donderdag 25 augustus 2016

Fietspomp


Woensdag is voor ons: oppassen op vier kleinkinderen, bij ons thuis. De oudste is bijna zeven, de jongste één jaar. De  kinderen kennen de weg naar speelgoed en fietsjes. De driejarige Willem weet een heel leuk blokje om op de driewieler te maken, steeds over het trottoir. Het liefst gaat hij alleen. Als je niet oplet is hij zomaar even weg.
Vorige week woensdag zagen we  ’s middags de deur van het fietsenhok openstaan. Dat was schrikken. De eerste gedachte was: Willem is ongevraagd op reis gegaan. Maar nee, hij zat in de zandbak. We ontdekten een lege plek: Wims vakantiefiets, de Gazelle Fuente van Cycletours holidays  stond er niet meer. Waar zou hij zijn? We reconstrueerden de laatste rit. De avond ervoor thuisgekomen. Fiets neergezet. Deur gesloten. Om hem open te doen hoefde je niets te forceren, alleen een plankje weg te duwen. Dat was gebeurd. Waarschijnlijk in de nacht. De andere fietsen: een Batavus Bato, een mooie Dahon vouwfiets, de Gazelle Solide waren er nog. Met de fiets was ook Wim fietstas weg, met daarin het ijzeren gele Steco fietspompje, dat jarenlang dienst had gedaan en menigeen lucht had  gegeven. Met die pomp was een hechte band. Dit verlies telde zwaar.
Een paar dagen later vond ik, op nog geen 100 meter bij ons huis vandaan aan de kant van de weg de fietstas, in de nattigheid. Het regenpak was eruit getrokken en lag er naast.  Thuis doorzochten we samen de tas: een klosje touw, bandplakspullen, imbussleuteltjes, een spin, en een oud shirt. Geen pompje. De dief had die op waarde weten te schatten. Steco was uit de tas gehaald en met de fiets meegenomen.
’s Nachts droomde ik van de fietspomp. Ik zag dat hij aan de kant van de weg op me lag te wachten. De volgende morgen verkende ik de omgeving maar ik vond hem niet.  ’s Middags moesten we naar Hemmen naar onze geadopteerde fruitboom - de Rote Gravensteiner - waarvan de appels begonnen te rijpen. We plukten de rijpste en raapten van wat gevallen was. Met de oogst op de weg naar huis, voelde ik nog voordat we Elst binnenreden, onheil: mijn fietsband liep langzaam leeg. Wim nam mijn volle tas met appels over en ging naar huis om een pomp te halen. Ik liep hem tegemoet.
De eerste fietser die voorbij kwam hield in, keek naar mijn fiets, naar mij en zei: ‘Ik  heb een pomp. Wil je lucht?’ Dat wilde ik wel. Met zo’n klein ding, dat je op het ventiel moet drukken, ging mijn weldoener aan het werk. Best een klus, zag ik. Vond hij ook. Hij verontschuldigde zich voor zijn conditie. Maar hij deed het. Als ik hard fietste, zou ik thuis halen. Dat ging ik proberen.
Had ik toch zomaar een pomp gevonden.  En op nog geen 100 meter bij ons huis vandaan kwam Wim mij tegemoet, met een grote pomp, die toen niet meer nodig was.
Pompen. Wat hebben we in huis? Twee grote en zo’n klein dingetje. En in de Dahon vouwfiets ontdekten we nu – verborgen in de zadelpen – een heel mooi pompje. Wat een vondst! Pompen genoeg. Maar geen Steco.

Elst, 24 augustus 2016